Pages Menu
TwitterRssFacebook
Categories Menu

Hoezo Sovjetkwaliteit?

Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg 2017 2In zijn column ‘Het spel en de knikkers’ (Volkskrant 23 september 2017) bespreekt Frank Kalshoven het nieuwe Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. In dit door het Zorginstituut Nederland opgestelde document worden kaders geboden voor ‘goede zorg’ in de verpleeghuissector. Het kader is begin dit jaar opgenomen in het Register van het Zorginstituut en vormt daarmee de wettelijke basis voor de kwaliteit van de verpleeghuiszorg.

Kalshoven gebruikt kwalificaties als ‘rammelend’, ‘nogal vreemd’, ‘niet zo goed’ en ‘Sovjetkwaliteit’ – een kwalificatie die ook niet als compliment kan worden opgevat. Daarmee wordt dit document tekort gedaan. Ik zal u uitleggen waarom.

Waarom Kalshoven dit kan denken

Het interesse van Kalshoven is getriggerd door de politieke ophef die plotseling is ontstaan rond het document: door handig manoeuvreren heeft het Kwaliteitskader de status van Wet gekregen, let wel: inclusief de financiering. Er moet niet minder dan 2,1 miljard bij om het Kwaliteitskader te kunnen uitvoeren vanwege de in dit kader vastgelegde minimale personeelssamenstelling, die de huidige bezetting fors overstijgt. De Tweede Kamer lijkt niet opgepast te hebben en voelt zich nu buiten spel gezet. Dat heeft publicitaire turbulentie opgeleverd.

Het siert Kalshoven dat hij verder heeft gekeken dan de financieel-beleidsmatige aspecten die normaal gesproken zijn volle aandacht krijgen. Hij heeft het document zelf gelezen en willen achterhalen wat daar eigenlijk in staat. Dat is hem niet meegevallen:

Gezondheidszorg zit niet op autonomie te wachten

Het viel hem op dat de tekst autonomie-ondermijnend is, en er kwamen associaties op met de centraal geleide Sovjeteconomie van weleer. Hij vindt het zorgelijk, dat alles vastgelegd is en verpleeghuizen in hun beleid geen keuzes meer lijken te kunnen maken tussen verschillende aspecten van kwaliteit.

Hier openbaart zich een gebrek aan ervaring met de gezondheidszorgbranche. Er zijn weinig sectoren in Nederland die zo eenkennig, eigenwijs en naar binnen gericht zijn als de gezondheidszorg. Er wordt niets geloofd zonder dat er op z’n minst drie dubbelblinde onderzoeken zijn geweest naar de gevolgen van iets. Een breed gamma aan praatclubjes en instituten moet er een plasje over doen om een zo groot mogelijk draagvlak te creëren. Dit gebeurt alles met een mate aan serieusiteit die weinig ruimte laat voor relativerende geluiden. Alles is vastgelegd in protocollen, convenanten, sectorafspraken of hoe het ook mag heten. En iedereen doet mee.

Wij kunnen dit betreuren, maar ‘autonomie’ is het laatste waar zorg verlenende instituten om zitten te springen. We hebben er tientallen jaren over gedaan om het hele systeem zo op te tuigen als het nu is. De verwetenschappelijking van de gezondheidszorg, nationale wetgeving, het strikt verplichtende toezicht van de Inspectie, de vele intervisiegroepen en visitaties door vakgenoten, certificatie van kwaliteitssystemen (HKZ, NIAZ ISO, JCS): allemaal elementen die er voor zorgen dat er van keuzevrijheid in het beleid van zorginstellingen geen sprake is.

En u – de ‘zorgconsument’ – wilt óók geen beleidskeuzevrijheid voor zorginstellingen: u wilt zekerheid dat u goede zorg krijgt, u wilt dat daar toezicht op is, dat er sancties zijn, transparantie. En óók nog graag beteugeling van de kosten. Een premieverhoging van een tientje (per jaar!) om het eigen risico niet te laten oplopen is dezer dagen al een politiek struikelblok.

We hebben met z’n allen vanuit de wens tot risicoreductie vol ijver getimmerd aan een systeem van checks-and-balances, waardoor de partijen elkaar in een stevige houdgreep houden: zorginstellingen, cliënten, wetgever, inspectie, verzekeringen. Gaat u er maar van uit, dat dat de komende decennia zo blijft.

Hoe erg is dat?

En is dat dan erg? Of meer specifiek: is dat Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg nu werkelijk zo voorschrijvend (in de zorg zeggen we: prescriptief)?

Recent heb ik in opdracht van een verpleegzorgorganisatie geanalyseerd aan welke regeldruk ze nu eigenlijk blootstaan. Daar zou u wel even bij mogen stilstaan: ik heb voor die ene organisatie niet minder dan 26 stukken wetgeving en normen/richtlijnen gevonden die op de een of andere manier moeten worden verdisconteerd in de zorgverlening en bedrijfsvoering. Enkele voorbeelden: de Wet Langdurige Zorg, de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, de wet kwaliteit klachten en Geschillen Zorg, de Zorgverzekeringswet, de Wet Bescherming Persoonsgegevens enz. enz.

En dan hebben we het nog niet gehad over de verplichting om te voldoen aan normen en richtlijnen op het gebied van kwaliteitsmanagementsystemen (ISO 15224), informatiebeveiliging (NEN 7510), risicomanagement (ISO 31000), milieumanagement (ISO 14001), voedselveiligheid (HACCP) enz. enz.

En wat te denken van de vele facilitaire zaken die aan normen en richtlijnen moeten voldoen? Naast het Bouwbesluit gaat het om liftinstallaties, vetvangputten, koelinstallaties, drinkwaterinstallaties, stookinstallaties, grondwateronttrekking, afvalstromen. Ja zelfs automatische deuren (NEN 16005).

Het KKVH is een verademing ten opzichte van overige wet- en regelgeving

In mijn onderzoek heb ik al die eisen afgezet tegen de 8 hoofdstukken en de circa 25 thema’s die in het Kwaliteitskader ter sprake komen. Het nieuwe kader blijkt vorm en functie te geven aan alle 26 stukken wet- en regelgeving die ik heb doorgepluisd. Goede verpleegzorg dient beschikbaar en adequaat te zijn, in een fatsoenlijke bebouwde omgeving die veilig is, waar voldoende hulpmiddelen beschikbaar zijn, en vooral voldoende bevoegde en bekwame handen aan het bed (of in de wijkzorg).

Daarnaast biedt het document ook ruimte aan zaken die wij met z’n allen zo belangrijk vinden, maar die niet of onvoldoende in de bestaande wetgeving ter sprake komen. Hoe zorg ik ervoor dat de cliënt zorg ontvangt die bij hem/haar past, die de cliënt als uniek en autonoom mens erkent? Hoe betrek ik familie, mantelzorgers bij de zorg? Hoe wordt er omgegaan met privacy, met cliëntinformatie? Hoe geef ik vorm aan goed leiderschap en bestuur van een zorginstelling? Welke vorm dient medezeggenschap te krijgen? Hoe verbeteren wij onze zorg door leertrajecten binnen en buiten de eigen instelling?

In de 32 pagina’s van het Kwaliteitskader staat geen woord waar u het als lezer niet mee eens zou kunnen zijn. Als u en ik eenmaal verpleegzorg nodig hebben, voor onszelf of voor onze naasten, willen we echt wel dat die zorg ook daadwerkelijk gegeven kan worden dankzij de beschikbaarheid van adequaat en bekwaam personeel, dat de medicatieveiligheid en decubituspreventie op orde is, dat we fatsoenlijk te eten en drinken krijgen en goed gehuisvest zijn. Daarnaast willen we gerespecteerd worden als autonoom mens, met onze eigen geschiedenis en voorkeuren. Welnu, dat is precies wat het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg tot stand wil brengen. En dát is nu, wat kracht van wet heeft gekregen. Het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg is daarmee een verademing ten opzichte van de hierboven aangehaalde wet- en regelgeving.

Implementeren maar!

Het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg is niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. Nu het er is en de financiering handig lijkt veiliggesteld moeten u en ik als ‘zorgconsument’ hopen dat het succesvol wordt toegepast. Mocht u dat nog niet goed genoeg vinden: het ‘leren en verbeteren’ is als hoofdstuk 4 ingebakken in ditzelfde onvolprezen Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Implementeren maar!